Stichting M.O.E.T.

Stichting M.O.E.T. is in 2006 opgericht op initiatief van studenten. De stichting is verbonden met het Amsterdams Studenten Corps/Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging in Amsterdam (A.S.C./A.V.S.V.), de grootste studentenvereniging van Nederland.

Van de 3000 leden van de studentenvereniging zijn er meer dan 2500 donateur! De projecten van stichting M.O.E.T. worden vrijwel volledig gefinancierd door de leden van het A.S.C./A.V.S.V. Het is dan ook een stichting voor en door studenten.
 
Ambachtsschool
In 2009 hebben we een Ambachtsschool kunnen openen in Bobo Dioulasso, Burkina Faso. In juli 2012 zijn de eerste leerlingen afgestudeerd en op dit moment gaan er 65 leerlingen naar school! Zij worden opgeleid in een van de volgende ambachten: mechanica, automechanica, metaalbewerking of houtbewerking. Daarnaast krijgen zij ook ICT-lessen, hier leren zij om te gaan met programma's als Word en Excel. Door het verwerven van deze vaardigheden kunnen ze in de toekomst zelfvoorzienend worden en de leefomstandigheden van hun gehele familie verbeteren.


Landbouwschool
Omdat meer dan 80% van de economie van Burkina Faso agrarisch is, ontstond het idee om een Landbouwschool te bouwen met drie richtingen: gewassen verbouwen, veeteelt en productverwerking. Met de westerse kennis binnen ons handbereik kunnen wij de lokale bevolking helpen de efficiëntie te verhogen. In de zomer van 2013 hebben we voor deze nieuwe school grond gekregen in Toussiana, een dorp 50 kilometer ten zuiden van Bobo Dioulasso. In november 2016 opende de school haar deuren voor een proefjaar, waarin de school klaar wordt gemaakt voor de officiële opening die in juli 2017 plaats gaat vinden. Momenteel worden er al gewassen verbouwd en zijn ze bezig met de bouw van het kippenhok, waar uiteindelijk ruim 600 kippen in passen. De studenten van de Landbouwschool helpen met de bouw van dit soort verblijven. 


Rally
Aangezien er in juli 2017 een prachtige gebeurtenis plaats gaat vinden, namelijk de opening van de Landbouwschool, hebben wij er voor gekozen om dit groots aan te pakken. Met een groep van ±20 studenten zullen wij een ware fietsrally afleggen vanaf Accra (de hoofdstad van Ghana) naar Toussiana. Na een tocht van ongeveer tien dagen zal de rally voltooid zijn en zal de officiele opening van de Landbouwschool groots gevierd worden! Mocht u ons kunnen helpen mail ons dan vooral, want alle hulp is hierbij welkom.

 

Voor een bedrag vanaf €2,50 per maand kunt u al helpen.
Word ook donateur van Stichting M.O.E.T. Klik hier!

Galerij

 Afgelopen januari zijn we met drie M.O.E.T.-bestuurders weer afgereid naar Burkina Faso om hier de scholen te bekijken en gesprekken te voeren met de docenten en andere betrokkenen van de stichting. Het was een waar avontuur met veel mooie momenten. Lees hier ons reisverslag!

Stichting M.O.E.T. op Facebook

Reisverslag werkbezoek januari 2017

M.O.E.T. reisverslag januari 2017

Amsterdam – Ouagadougou: de heenreis
Het is belangrijk dat er drie keer per jaar een groep gegadigden afreist naar Burkina Faso. Hiermee behouden wij namelijk een bepaalde structuur en zorgen wij ervoor dat de banden tussen Nederland en Burkina Faso sterker worden en ook zo blijven. Meestal vertrekt er een groep van vier, soms vijf, M.O.E.T.-ers naar het West-Afrikaanse land, vaak bestaande uit bestuurders van verschillende bestuursjaren. Samen bezoeken zij de scholen en voeren gesprekken met directeuren, docenten, leerlingen en natuurlijk met Moctar. Het voordeel hiervan is dat de E.T.-ers, die al een jaar intensief betrokken zijn bij de stichting de H.T.-ers nog veel uit kunnen leggen tijdens het werkbezoek. Hierdoor krijgen de leden van het nieuwe bestuur direct een goed beeld van wat voor een jaar zij tegemoet gaan en hoe alles in zijn werk gaat tot dan toe. De overgang tussen twee besturen wordt hierdoor zo onopgemerkt mogelijk gemaakt wat betreft lopende zaken. Dit jaar was het echter een ander verhaal.

Wij als M.O.E.T.-bestuur van 2017 werden gelijk in het diepe gegooid doordat wij zonder oud-bestuurders naar Burkina Faso vertrokken afgelopen januari. Uiteraard vertrokken wij niet zonder een goede voorbereiding. Het bestuur van 2016 bereidde ons zo goed mogelijk voor samen met de Raad van Toezicht en hierdoor wisten wij wat wij konden verwachten en wat ons te doen stond. Het feit is echter nog steeds dat wij pas twee hele dagen officieel bestuur waren toen wij vertrokken. Dat was natuurlijk ten eerste ongelofelijk spannend voor ons allemaal en ten tweede ook voor onze mensen in Burkina Faso. Moctar kende ons nog maar een paar maanden en ook voor hem is het elk jaar wennen aan de nieuwe gezichten van het bestuur. Waar in Nederland het bestuur elk jaar wisselt, wat wij zelf zien als ons sterkste en zwakste punt, zijn Moctar en zijn vrouw Franca inmiddels al elf jaar lang betrokken bij de stichting.

Wij vertrokken met enkel drie man sterk op drie januari naar Tunesië om daar over te stappen voor een vlucht naar Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Samen met de twee Afrika functionarissen van het bestuur, Rosa (Afrika Primus) en Daniël (Afrika Secundus), ging ik naar Schiphol. Al snel kregen we te horen dat onze vlucht twee uur vertraging had. Nu is twee uur wachten op Schiphol niet het einde, het blijft immers een groot pretpark waar geen eind aan lijkt te komen, maar het is het wel een probleem als de overstaptijd even veel uren bedraagt. Dit werd overnachten in Tunesië, dit werd twee dagen minder in Burkina, dit zou ons hele reisplan omgooien.

De ervaring leert echter dat alles wat te maken heeft met Burkina Faso uiteindelijk toch anders uitpakt dan verwacht. Eenmaal aangekomen in Tunesië, moesten wij rennen voor ons andere vliegtuig. Ze hadden op ons gewacht en het werd uiteindelijk de snelste transfer in de geschiedenis van Afrika. De heenreis was hierdoor verbazingwekkend kort en voor we het door hadden, bracht Rasmane de taxichauffeur ons naar Pavillon Vert, wat ook alles meeviel. ‘We zijn gewoon in Burkina Faso, hoe vet is dat!’

Ouagadougou – Bobo Dioulasso: de eindbestemming
De eindbestemming was echter niet Ouagadougou maar Bobo Dioulasso, de stad waar Moctar en Franca wonen en waar wij de komende tijd zouden verblijven. Heel toevallig is het misschien niet, maar wel gelukkig dat de enige grote snelweg in Burkina Faso een verbinding is tussen Ouagadougou en Bobo Dioulasso. Na een rit van zeven uur in een volle bus, maar wel met airco, kwamen we aan in Bobo Dioulasso. Daar stond Moctar op ons te wachten, wat fijn om dit vriendelijke gezicht weer te zien. Hij bracht ons naar zijn huis en begon meteen van alles te vertellen over de stad. Daarnaast vertelde hij dat wij niet in Villa Rose zouden verblijven, het hotel wat Moctar en Franca samen runnen, maar dat wij een in aparte ruimte van hun naastgelegen huis zouden logeren voor de komende dagen. Moctar liet ons de verdere omgeving zien en wij begonnen te acclimatiseren. Na twee korte uurtjes voorbereidingen te treffen voor de volgende dag, gingen wij aan tafel voor een heerlijk avondmaal. De beroemde Brakina’s werden geproefd en we maakten ons op voor een goede nachtrust. De volgende ochtend zouden wij namelijk al de Ambachtsschool bezoeken.

 
Villa Rose

Het bezoek aan de Ambachtsschool
We staan vroeg op en maken ons klaar voor het bezoek. Moctar is eerst nog kort aan het werk bij zijn fabriek, dat duurt een uurtje, een Burkinees uurtje blijkt. Ochtend wordt uiteindelijk middag en we merken dat dit iets is waar we niet moeilijk over moeten doen, maar simpelweg aan moeten wennen. Het wordt ons mede hierdoor snel duidelijk hoe groot de cultuurverschillen soms zijn met Nederland. We vertrekken naar de Ambachtsschool en worden hier warm onthaalt door Nahini, de directeur. Hij leidt ons rond en de docenten vertellen per vak waar zij les in geven en hoe dit gebeurd. Het is mooi om te zien hoe erg de school gegroeid is sinds de opening in 2009. Een van de leerlingen van toen is nu zelfs docent automechanica. Daar zijn we onwijs trots op. We lunchen op de school en enthousiast als we zijn, hebben we het over onderwerpen die we liever bewaard hadden voor het gesprek met Nahini van die avond. Daarom besluiten we gezamenlijk om het gesprek vanavond voort te zetten in de tuin van Villa Rose.


De leerlingen van de Ambachtsschool en hun creaties

Die avond hebben wij ons eerste officiële gesprek. Het slagingspercentage van de school is al goed, maar dit kan altijd beter, dit is een van de punten die wij met Nahini en Moctar bespreken. Er wordt daarnaast een oplossing gezocht en gevonden voor het te kleine computerlokaal en we hebben het over de toekomst van de leerlingen. Wat doen zij na hun opleiding op deze school en hoe vinden zij een stage die goed bij hun onderwijsrichting aansluit. De Ambachtsschool heeft inmiddels een mentor die de leerlingen hierin begeleid.


Computerlokaal in de Ambachtsschool

Bij dit gesprek stuiten wij op een punt dat te maken heeft met cultuurverschillen. Wij wilden van te voren graag met de leraren apart spreken, maar door de hiërarchische manier van denken in Burkina Faso kan dit een enorm heikel punt zijn. Het zou namelijk respectloos over kunnen komen tegenover Nahini als wij zaken met de docenten bespreken zonder zijn aanwezigheid. Het is precies dit soort kennis die wij op doen tijdens een werkbezoek en wat er voor zorgt dat de banden tussen de stichting en de mensen in Burkina Faso goed blijft. Wij besluiten om de gesprekken met de leraren daarom ook niet door te voeren, omdat we willen dat de band met Nahini sterker wordt. Daarnaast was het voor nu ook geen prioriteit. Een tweede cultuurverschil wat tijdens het gesprek ook naar voren komt, is het ondernemend denken; waar wij als Nederlandse studenten over het algemeen ondernemend ingesteld zijn en ook op zo’n manier denken, zijn studenten en ook docenten in Burkina Faso bijna nooit ondernemend. Moctar heeft ons dit uitgelegd en zei dat docenten geen docenten zouden zijn als zij ondernemend zouden zijn van aard, omdat ondernemende mensen in Burkina Faso bijna altijd voor zichzelf beginnen en geen les geven op scholen. Het is een lastig punt voor ons, aangezien wij nog steeds graag zien dat de school de door de leerlingen gemaakte meubels gaat verkopen. Het is zonde om de prachtige dingen die zij maken en die wij die dag gezien hebben ergens in een hoek te zetten en niks mee te doen. Deze wens hebben wij niet alleen zodat er geld verdiend wordt, maar juist zodat de studenten leren hoe het is om zelfgemaakt materiaal te verhandelen en dit mee kunnen nemen in de toekomst. Zo blijkt maar weer dat de gesprekken tijdens dit werkbezoek niet alleen probleemoplossend zullen zijn, maar dat er ook nieuwe zaken en problemen uit voort zullen vloeien. Het gesprek duurt lang en we zijn laat klaar. Na elk gesprek gaan wij met zijn drieën zitten en evalueren de zaken. Wat komt hier uit voort, wat zijn alle mogelijke oplossingen en wat zijn de problemen die zich nu voor doen. Dit onder het genot van een Brakina, want voor een eerste gesprek ging het goed en we mogen trots zijn op onze scholen en onze mensen.

 
Oudleerling en docent Automechanica Fousseni

Cultuur en voorbereiding
De volgende dag zijn we in de ochtend druk met het voorbereiden van andere gesprekken. Die avond zal Sanou, de financiële man van stichting M.O.E.T. in Burkina Faso, langskomen bij Villa Rose en zullen we met hem het een ander bespreken. We besluiten echter ook dat we meer willen zien dan de tuin van Villa Rose en samen met een gids gaan we de oude stad in. We kopen stoffen op de stoffenmarkt, waarvan we als verrassing voor onze medebestuurders pakken gaan laten maken. In de avond komt Sanou en hij toont ons de balansen. Wij vragen hem of hij voortaan een soort opmaak kan gebruiken en dezelfde benaming kan aanhouden voor dezelfde persoon. Hij vraagt op zijn beurt of wij specificaties voortaan ook los kunnen sturen, door het verschil in banken ontvangt hij de bijgaande specificatie vaak niet. Wij willen voortaan dat dit soort problemen ook vanuit hun kant direct met ons gedeeld worden en dit spreken wij af. De nabespreking verloopt hetzelfde als de avond ervoor, het begint een ritueel te worden en daarna gaan we direct slapen. Het is laat en de volgende ochtend moeten we vroeg op voor misschien wel het spannendste van hele reis: als eersten van M.O.E.T. zullen wij de Landbouwschool in werking zien. We kunnen niet wachten!

Le moment supreme
De batterij van de GoPro is vol, de batterij van de camera is vol en onze maagjes ook; we kunnen vertrekken naar Toussiana, het dorp waarbij de Landbouwschool in de buurt ligt. Het is een uur rijden vanaf Bobo Dioulasso en onderweg vertelt Moctar tussen de drieënveertig telefoontjes door sterke verhalen over het land en haar mensen. Zo blijken geiten de slimste dieren op de weg, omdat zij wel wegrennen voor auto’s.


De weg naar de Landbouwschool is vruchtbaar en spannend

De weg naar de school toe is al bijzonder op zich en met als hoogtepunt natuurlijk de groter wordende school in de verte. We komen aan en het zonlicht is haast magisch. Eerst gaan we langs bij het dorpshoofd, van wie wij in 2013 de grond gekocht hebben voor een fles drank en wat stokbrood. We zeggen gedag, geven hem een geschenk en we moeten absoluut plaatsnemen op de plastic tuinstoelen. Terwijl ik uitgelachen wordt door de vrouwen van het dorp omdat ik foto’s neem van het vee, lopen we laatste 100 meter naar de school. Wij lopen de poort binnen en zijn nu al onwijs onder de indruk. Het is werkelijk waar een prachtig gebouw in the middle of nowhere. We ontmoeten Sere, de directeur, een jonge, charismatische man met grootse plannen voor de toekomst van de school. Samen met enkele andere docenten leidt hij ons rond en vertelt ons alles over de grond en het gebouw, geen stukje grond is onbesproken. De leerlingen zijn met veel, namelijk nu al met vijfendertig. Stuk voor stuk stellen zij zich aan ons voor en gaan daarna aan de slag met het bouwen van de watertoren.

 
De eerste leerlingen van de Landbouwschool

Het is een mooi moment om mee te maken en goed om te zien hoe de docenten de leerlingen begeleiden in dit proces. De Landbouwschool is in november tijdens de M.O.E.T.-week geopend voor het proefjaar. In dit jaar zullen de leerlingen onder leiding van Sere en de docenten de school helemaal klaar maken voor alle lessen, die bij de officiële opening in oktober 2017 van start zullen gaan. Uiteraard krijgen de leerlingen nu ook al les, maar voornamelijk theoretisch van aard. De bedoeling is dat vanaf oktober ook de praktijklessen in volle gang gegeven zullen worden. Er moet echter nog veel gebeuren. Dit is in onze ogen een prachtig systeem, omdat er tijdens het proefjaar al onwijs veel geleerd wordt. Aangezien de school niet in de buurt is van een stad of een groter dorp slapen de leerlingen op school. Waar zij uiteindelijk allemaal komen te slapen is ook een van de zaken waar wij een oplossing voor moeten zoeken samen met Sere.

 
De bouw van de watertoren door de leerlingen zelf

We verlaten de school, maar niet voordat Moctar de leerlingen toespreekt en hen motiveert om goed te zijn voor de aarde, want wie goed is voor de grond, krijgt goede dingen terug. Die Burkinese cultuur doet wat met je, het verbaast ons, maar we vinden het wel wat. Daarom besluiten om die dag nog meer cultuur te gaan proeven en spreken met Moctar af om die avond de Macoumba te bezoeken. Met als gevolg dat we de volgende dag geen gesprekken inplannen en dat bleek maar beter ook.

Een uitstapje om de hoek
We ontmoeten Lucas Vreuls, een Hebeaan uit het jaar 2006. Hij werkt voor twee jaar in Bobo Dioulasso en woont vlakbij Moctar en Franca. Hij is regelmatig te vinden in Villa Rose en vertelt ons dat we altijd welkom zijn om bij hem te komen zwemmen. Wij besluiten dat die middag te doen en het is heerlijk. Aan het zwembad bespreken nu ook andere onderwerpen dan M.O.E.T. en het is even een kleine pauze in de wervelwind die deze reis tot nu toe is. We moeten echter wel op tijd terug zijn voor ons gesprek met Sere dat wij die avond hebben.

Het gesprek met Sere
De school is prachtig tot nu toe en dat maken we graag duidelijk, maar er is een groot probleem: in Burkina houden ze van groots aanpakken en kennen ze klein beginnen niet. Ze hebben grootste plannen voor de school en dat is natuurlijk alleen maar goed, maar het is belangrijk dat wij af en toe aangeven waar de grens hiervan ligt. Zaken die besproken worden deze avond zijn onder andere het probleem van de salarissen. Doordat ze direct en zonder overleg te veel docenten hebben aangenomen zijn de loonkosten te hoog. Dit moet, hoe moeilijk wij het ook vinden om dit te zeggen, per direct omlaag. Samen met Sanou zullen wij de salarisstrategie de volgende dag gaan indelen. We proberen hiermee ook duidelijk te maken dat het een proefjaar is en dat klein beginnen om een goede basis te bouwen nu essentieel is.


Het lesgebouw van de Landbouwschool met vijf lokalen

Zoals aangegeven zijn ze in Burkina van het groots starten, terwijl daar vanuit de stichting heel anders over wordt gedacht en hier simpelweg het geld ook niet voor is. Een voorbeeld hiervan is het kippenhok of beter gezegd de kippenloods. Zij hebben de wens voor een kippenhok van €5000, maar de stichting is helaas niet rijk genoeg om dit zomaar te kunnen betalen en te blijven onderhouden. Zij moeten met een goede reden komen en een duidelijk plan voordat wij groen licht voor zo’n grote investering geven. Daarnaast leert de ervaring ons inmiddels dat het vaak goedkoper kan dan in eerste instantie aan ons verteld wordt. Het wordt een lang en uitvoerig gesprek waaruit geconcludeerd wordt dat we beiden op zoek moeten gaan naar de beste oplossing en misschien is dat wel de kippenloods van €5000 euro. Het wordt duidelijk dat te weinig kippen uiteindelijk ook te weinig oplevert en beginnen met te veel kippen is in een klap simpelweg te duur. Inmiddels is besloten dat de grote loods er komt, maar dat we zullen beginnen met 150 kippen. Als dit goed gaat komend jaar, kunnen er volgend jaar weer extra kippen gekocht worden. Ook zal de loods in het begin verdeeld moeten worden in twee ruimtes. In de ene ruimte komen de kippen en de andere ruimte zal tijdelijk dienen als verblijf voor de varkens. Dit bleek uiteindelijk de beste oplossing.

Toekomstvisie
Het doel van de Landbouwschool is anders dan het doel van de Ambachtsschool. We willen er namelijk voor zorgen dat de gewassen die verbouwd worden en het vee dat wordt geteeld ook geld op gaat leveren. Hierbij is winst zeker niet ons doel, maar het zou prachtig zijn als de opbrengsten van de landbouwproducten uiteindelijk kostendekkend kunnen worden. Dit is uiteraard een plan voor meerdere jaren en in het begin zeker niet ons belangrijkste punt. Een andere reden waarom wij willen dat de producten van de school verkocht gaan worden op de markt is dat we de leerlingen kennis willen laten nemen met het verhandelen van hun eigen producten. Het is de bedoeling dat wanneer zij de school verlaten het hele proces van zaaien, oogsten en verkopen begrijpen en toe kunnen passen in hun eigen leven.


Een potje voetbal of het zelfgemaakte voetbalveld

We mogen in onze handjes knijpen met een directeur als Sere. Hij is anders dan de meeste Burkinabe’s, omdat het ondernemende in zijn aard zit. Hij heeft inventieve plannen om de school zo goed mogelijk neer te zetten, maar draaft hier zo nu en dan bijna in door. We willen namelijk wel dat onderwijs geven prioriteit nummer een blijft van de school. Hij denkt oplossingsgericht en komt met het idee om voor lokale boeren case-studies te doen. Boeren die met een probleem zitten wat betreft hun vee of de grond kunnen hiermee naar de school toe gaan, waar een oplossing specifiek dat probleem gezocht wordt. Het is leerzaam en levert geld op. Dit soort ideeën doen ons goed, het is fijn om te merken dat ze echt betrokken zijn en het beste willen voor de school. We bespreken nog heel wat andere zaken, maar na afloop zijn we erg tevreden. Dit gaat wel goed komen dit jaar, daar hoeven we ons geen zorgen over te maken met een directeur als Sere.

Een paar dagen verstrijken en Rosa en ik moeten inmiddels al bijna vertrekken, het is bizar hoe snel deze reis gaat als je zo veel indrukken krijgt. We hebben enorm veel gezien, maar Franca laat ons niet vertrekken voordat we de natuur van Burkina Faso ook ervaren hebben. Voor onze een na laatste nacht vertrekken wij naar een mooi natuurgebied vlakbij de Landbouwschool, hier zullen wij overnachten en de volgende ochtend vroeg opstaan om met een gids af te dalen in de vruchtbare vallei. Het is prachtige natuur, we wanen ons even in het oerwoud. Na de wandelingen gaan we ontbijten met het mooiste uitzicht wat we ooit gezien hebben. We hebben een afspraak met Sere, die op zijn brommer aan komt gereden. Samen bezoeken we een andere landbouwschool, die een stuk groter is dan onze eigen school. De leerlingen van onze school krijgen hier af en toe les, bijvoorbeeld bij het kippenhok, omdat die van ons nog in aanbouw is. Het is goed om te zien hoe andere landbouwscholen er uitzien en welke dieren zij houden. Hierna bezoeken we de beroemde Domes, een merkwaardige rotsformatie, die als een soort trap beklommen kan worden. Die avond gaan we uiteten met Moctar en Franca om hun te bedanken voor al hun gastvrijheid en goede zorgen. Het was een perfecte laatste dag.

Ouagadougou – Amsterdam & Ouagadougou – Porto Novo
De volgende ochtend beginnen Rosa en ik aan ons 36 uur lang durende terugreis, een waar hoogtepunt. We laten Daniël achter, die nog twee volle weken in Burkina Faso zal verblijven. Enkele dag na ons vertrek, reist hij samen met Sere af naar buurland Benin. Ook zij mogen genieten van een lange reis, maar liefst zevenentwintig uur zitten zij in de bus naar hun eindbestemming. Een bus zonder sanitaire voorzieningen en er zijn uiteraard geen wegrestaurants onderweg. In Benin bezoeken zij een kleinere Landbouwschool die wij als voorbeeld zien voor onze eigen school. Benin is nog een stuk warmer dan Burkina Faso, maar ligt gelukkig wel aan de zee. Het wordt de eerste keer ooit dat Sere op het strand komt en hij vindt het prachtig. Daniël en Sere komen mede hierdoor veel meer op een lijn qua wensen voor de Landbouwschool dan aan het begin van de reis. Er ontstaat een ware vriendschap, maar de twee zijn zakelijk wanneer nodig. Het is het ideale begin van de samenwerking tussen deze twee mannen. Samen volgen ze de Africa Cup, waar Burkina Faso uiteindelijk derde wordt. Het is ideaal dat Daniël nog twee weken langer gebleven is, hierdoor kunnen wij bij terugkomst in Nederland direct gaan vergaderen en ervoor zorgen dat Daniël de laatste zaken nog kan bespreken met Moctar, Nahini en Sere.


Sere bij de landbouwschool in Benin

Het was een waanzinnige reis; eerder een avontuur of ervaring te noemen. Het heeft bij ons allen drie voor nieuwe en verbeterde inzichten gezorgd. We merkten dat we er anders door gingen denken. Het was en is een roes met een lange nasleep, waarbij je manier van denken continu uitgedaagd wordt door anderen.

Reisverslag werkbezoek mei 2015

Op 29 april was het dan eindelijk zover: de 3 M.O.E.T. dames zouden beginnen aan een Indiana Jones waardig avontuur, waar een heuse Chuck Norris of Jackie Chan nog 3 keer over zou moeten nadenken, ook wel een werkbezoek in Burkina Faso genoemd. Na een gezonde portie stress omdat onze vlucht was vertraagd, waardoor wij dus vreesden voor onze overstap in Casablanca, kwamen wij rond middernacht aan op het vliegveld van Ouagadougou. Het onthaal was letterlijk en figuurlijk warm en na een ebola formulier te hebben ingevuld en onze handen te hebben gereinigd, vertrokken wij met onze spullen richting ons verblijf voor de eerste nacht. De volgende dag stond ook ons de befaamde busreis te wachten naar Bobo – Dioulasso. Een uitgebreide ruzie om onze plekken in de bus, een film over een hoerenhuis en een zeer welkome 5 uur in de airco later zetten wij voet aan land in Bobo en stond Chef Moctar op ons te wachten. Na een hemelse douchebeurt, de eerste van velen aangezien het daar rond de 40 graden was overdag, en een heerlijke salade was het meteen tijd om met Moctar en Franca, de Nederlandse vrouw van Moctar, de planning van het werkbezoek te bespreken onder het genot van een brakina, de voor ons tamelijk lollige naam van het bier daar.

De hierop volgende dagen was het tijd voor veel vergaderingen. Wij hebben uitgebreid gesproken met Drissa, degene die de leiding heeft over de bouw van de landbouwschool en verantwoordelijk is voor het draaien van de school na de opening, Sanou, de boekhouder, Nahini, de directeur van de ambachtsschool, verschillende ondernemers met offertes voor putten en zonnepanelen en Moctar en Franca over de stand van zaken van M.O.E.T. daar en welke toekomstvisies zij voor ogen hebben. Om in kaart te brengen wat de effecten zijn van onze ambachtsschool en wat eventuele verbeteringen zouden kunnen zijn hebben wij ook 25 leerlingen en oud-leerlingen van de school gesproken. Tussen het voorbereiden van de gesprekken, de gesprekken zelf en het uitwerken van de gesprekken door was er ook wat tijd om Bobo eens goed onveilig te maken. Onder begeleiding van Moctar hebben wij meerdere nachtclubs getrotseerd, wat resulteerde in uitgelachen worden om onze dansmoves, onze ogen uitkijken naar de uitdossing van de vrouwen daar en ons uitermate verbazen over het feit dat mensen daar niet met elkaar dansen maar in de spiegel met zichzelf dansen. Ook hadden wij het geluk dat we de kans kregen om een heus traditioneel ritueel mee te maken voor een goed regenseizoen. Veel onthoofde kippen, voodoo poppetjes en bezetenen die zichzelf in de fik staken verder konden wij de volgende dag concluderen dat het niet voor niks was geweest. Een regenbui waar onze Nederlandse miezer nog iets van kan leren doordrenkte de rode stofwegen tot een heuse modderpoel.

Last but not least was het de laatste dagen voor ons tijd om het bouwterrein van de landbouwschool en de befaamde ambachtsschool te bezoeken. Op het terrein van de landbouwschool in Yoya, in de buurt van Toussiana, werd druk gebouwd en gegraven, iets wat ons in de 45 graden plaatsvervangend deed zweten. Na een rondleiding over het eindeloze, idyllische terrein vol bomen en met een groot meer, was het tijd om met het dorpshoofd en zijn familie onder het genot van een broodje ei en heel veel mango’s, te spreken over de 27 hectare land die wij graag nog bij de school willen hebben. Na een paar goedkeurende knikjes richting mijn nikes leek er zowaar een deal te ontstaan, maar uiteindelijk was de conclusie toch dat ze het er later weer over zouden hebben. Al mango plukkend en luidkeels het lied ‘bumpy ride’ zingend, wat toepasselijk was gezien de conditie van de ‘weg’, vertrokken wij weer richting Bobo – Dioulasso, waar wij de volgende dag dan eindelijk de ambachtsschool zouden bezoeken. We begonnen dit bezoek met een schoollunch, gemaakt door de kokkin van de school. Na de lunch hadden wij een bespreking met de leraren van de ambachtsschool. Vervolgens kregen wij een rondleiding door de school. Hoewel de leerlingen uit de hoogste klas examens aan het maken waren werden wij elk klaslokaal ingeduwd, waarop de hele klas op z’n frans opstond en ons beleefd begroette. De volgende dag waren wij weer op de school om nog meer leerlingen te spreken. Toen de strenge maar rechtvaardige directeur Nahini en overige leraren uit het zicht waren en wij dus de klas voor onszelf hadden, was deze beleefdheid verdwenen. Het testosteron level schoot in raket snelheid omhoog en een geliefde reactie op hun toekomstplannen was dan ook trouwen met een blanke vrouw. Gelukkig wist Aurelia wel een zodanige serieuze indruk op ze te maken dat ze verder alles netjes invulden en ze met bruikbare tips en tops kwamen.

Na al deze avonturen en meer was het helaas tijd om weer te vertrekken naar ons kikkerland. Na een emotioneel afscheid, dat heb je met dames, was het tijd om weer in de bus richting Ouagadougou te vertrekken, daar een paar uurtjes te slapen en in het holst van de nacht terug naar Brussel te vertrekken. Het was een fantastische ervaring waar we veel van hebben geleerd en een eigenlijke overbodige bevestiging dat dat ene biertje per maand grandioze resultaten oplevert waardoor mensen daar een betere toekomst krijgen.

Reisverslag januari 2017
11-03-2017

M.O.E.T. reisverslag januari 2017

 

Amsterdam – Ouagadougou: de heenreis

 

Het is belangrijk dat er drie keer per jaar een groep gegadigden afreist naar Burkina Faso. Hiermee behouden wij namelijk een bepaalde structuur en zorgen wij ervoor dat de banden tussen Nederland en Burkina Faso sterker worden en ook zo blijven. Meestal vertrekt er een groep van vier, soms vijf, M.O.E.T.-ers naar het West-Afrikaanse land, vaak bestaande uit bestuurders van verschillende bestuursjaren. Samen bezoeken zij de scholen en voeren gesprekken met directeuren, docenten, leerlingen en natuurlijk met Moctar. Het voordeel hiervan is dat de E.T.-ers, die al een jaar intensief betrokken zijn bij de stichting de H.T.-ers nog veel uit kunnen leggen tijdens het werkbezoek. Hierdoor krijgen de leden van het nieuwe bestuur direct een goed beeld van wat voor een jaar zij tegemoet gaan en hoe alles in zijn werk gaat tot dan toe. De overgang tussen twee besturen wordt hierdoor zo onopgemerkt mogelijk gemaakt wat betreft lopende zaken. Dit jaar was het echter een ander verhaal.

 

Wij als M.O.E.T.-bestuur van 2017 werden gelijk in het diepe gegooid doordat wij zonder oud-bestuurders naar Burkina Faso vertrokken afgelopen januari. Uiteraard vertrokken wij niet zonder een goede voorbereiding. Het bestuur van 2016 bereidde ons zo goed mogelijk voor samen met de Raad van Toezicht en hierdoor wisten wij wat wij konden verwachten en wat ons te doen stond. Het feit is echter nog steeds dat wij pas twee hele dagen officieel bestuur waren toen wij vertrokken. Dat was natuurlijk ten eerste ongelofelijk spannend voor ons allemaal en ten tweede ook voor onze mensen in Burkina Faso. Moctar kende ons nog maar een paar maanden en ook voor hem is het elk jaar wennen aan de nieuwe gezichten van het bestuur. Waar in Nederland het bestuur elk jaar wisselt, wat wij zelf zien als ons sterkste en zwakste punt, zijn Moctar en zijn vrouw Franca inmiddels al elf jaar lang betrokken bij de stichting.

Wij vertrokken met enkel drie man sterk op drie januari naar Tunesië om daar over te stappen voor een vlucht naar Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Samen met de twee Afrika functionarissen van het bestuur, Rosa (Afrika Primus) en Daniël (Afrika Secundus), ging ik naar Schiphol. Al snel kregen we te horen dat onze vlucht twee uur vertraging had. Nu is twee uur wachten op Schiphol niet het einde, het blijft immers een groot pretpark waar geen eind aan lijkt te komen, maar het is het wel een probleem als de overstaptijd even veel uren bedraagt. Dit werd overnachten in Tunesië, dit werd twee dagen minder in Burkina, dit zou ons hele reisplan omgooien.

De ervaring leert echter dat alles wat te maken heeft met Burkina Faso uiteindelijk toch anders uitpakt dan verwacht. Eenmaal aangekomen in Tunesië, moesten wij rennen voor ons andere vliegtuig. Ze hadden op ons gewacht en het werd uiteindelijk de snelste transfer in de geschiedenis van Afrika. De heenreis was hierdoor verbazingwekkend kort en voor we het door hadden, bracht Rasmane de taxichauffeur ons naar Pavillon Vert, wat ook alles meeviel. ‘We zijn gewoon in Burkina Faso, hoe vet is dat!’

 

 

Ouagadougou – Bobo Dioulasso: de eindbestemming

 

De eindbestemming was echter niet Ouagadougou maar Bobo Dioulasso, de stad waar Moctar en Franca wonen en waar wij de komende tijd zouden verblijven. Heel toevallig is het misschien niet, maar wel gelukkig dat de enige grote snelweg in Burkina Faso een verbinding is tussen Ouagadougou en Bobo Dioulasso. Na een rit van zeven uur in een volle bus, maar wel met airco, kwamen we aan in Bobo Dioulasso. Daar stond Moctar op ons te wachten, wat fijn om dit vriendelijke gezicht weer te zien. Hij bracht ons naar zijn huis en begon meteen van alles te vertellen over de stad. Daarnaast vertelde hij dat wij niet in Villa Rose zouden verblijven, het hotel wat Moctar en Franca samen runnen, maar dat wij een in aparte ruimte van hun naastgelegen huis zouden logeren voor de komende dagen. Moctar liet ons de verdere omgeving zien en wij begonnen te acclimatiseren. Na twee korte uurtjes voorbereidingen te treffen voor de volgende dag, gingen wij aan tafel voor een heerlijk avondmaal. De beroemde Brakina’s werden geproefd en we maakten ons op voor een goede nachtrust. De volgende ochtend zouden wij namelijk al de Ambachtsschool bezoeken.

Villa Rose

 

Het bezoek aan de Ambachtsschool

We staan vroeg op en maken ons klaar voor het bezoek. Moctar is eerst nog kort aan het werk bij zijn fabriek, dat duurt een uurtje, een Burkinees uurtje blijkt. Ochtend wordt uiteindelijk middag en we merken dat dit iets is waar we niet moeilijk over moeten doen, maar simpelweg aan moeten wennen. Het wordt ons mede hierdoor snel duidelijk hoe groot de cultuurverschillen soms zijn met Nederland. We vertrekken naar de Ambachtsschool en worden hier warm onthaalt door Nahini, de directeur. Hij leidt ons rond en de docenten vertellen per vak waar zij les in geven en hoe dit gebeurd. Het is mooi om te zien hoe erg de school gegroeid is sinds de opening in 2009. Een van de leerlingen van toen is nu zelfs docent automechanica. Daar zijn we onwijs trots op. We lunchen op de school en enthousiast als we zijn, hebben we het over onderwerpen die we liever bewaard hadden voor het gesprek met Nahini van die avond. Daarom besluiten we gezamenlijk om het gesprek vanavond voort te zetten in de tuin van Villa Rose.

 

Leerlingen van de Ambachtsschool en hun creaties

 

Die avond hebben wij ons eerste officiële gesprek. Het slagingspercentage van de school is al goed, maar dit kan altijd beter, dit is een van de punten die wij met Nahini en Moctar bespreken. Er wordt daarnaast een oplossing gezocht en gevonden voor het te kleine computerlokaal en we hebben het over de toekomst van de leerlingen. Wat doen zij na hun opleiding op deze school en hoe vinden zij een stage die goed bij hun onderwijsrichting aansluit. De Ambachtsschool heeft inmiddels een mentor die de leerlingen hierin begeleid.

 

Computerlokaal in de Ambachtsschool

 

Bij dit gesprek stuiten wij op een punt dat te maken heeft met cultuurverschillen. Wij wilden van te voren graag met de leraren apart spreken, maar door de hiërarchische manier van denken in Burkina Faso kan dit een enorm heikel punt zijn. Het zou namelijk respectloos over kunnen komen tegenover Nahini als wij zaken met de docenten bespreken zonder zijn aanwezigheid. Het is precies dit soort kennis die wij op doen tijdens een werkbezoek en wat er voor zorgt dat de banden tussen de stichting en de mensen in Burkina Faso goed blijft. Wij besluiten om de gesprekken met de leraren daarom ook niet door te voeren, omdat we willen dat de band met Nahini sterker wordt. Daarnaast was het voor nu ook geen prioriteit. Een tweede cultuurverschil wat tijdens het gesprek ook naar voren komt, is het ondernemend denken; waar wij als Nederlandse studenten over het algemeen ondernemend ingesteld zijn en ook op zo’n manier denken, zijn studenten en ook docenten in Burkina Faso bijna nooit ondernemend. Moctar heeft ons dit uitgelegd en zei dat docenten geen docenten zouden zijn als zij ondernemend zouden zijn van aard, omdat ondernemende mensen in Burkina Faso bijna altijd voor zichzelf beginnen en geen les geven op scholen. Het is een lastig punt voor ons, aangezien wij nog steeds graag zien dat de school de door de leerlingen gemaakte meubels gaat verkopen. Het is zonde om de prachtige dingen die zij maken en die wij die dag gezien hebben ergens in een hoek te zetten en niks mee te doen. Deze wens hebben wij niet alleen zodat er geld verdiend wordt, maar juist zodat de studenten leren hoe het is om zelfgemaakt materiaal te verhandelen en dit mee kunnen nemen in de toekomst. Zo blijkt maar weer dat de gesprekken tijdens dit werkbezoek niet alleen probleemoplossend zullen zijn, maar dat er ook nieuwe zaken en problemen uit voort zullen vloeien. Het gesprek duurt lang en we zijn laat klaar. Na elk gesprek gaan wij met zijn drieën zitten en evalueren de zaken. Wat komt hier uit voort, wat zijn alle mogelijke oplossingen en wat zijn de problemen die zich nu voor doen. Dit onder het genot van een Brakina, want voor een eerste gesprek ging het goed en we mogen trots zijn op onze scholen en onze mensen.

 

Oudleerling en inmiddels docent automechanica Fousseni

 

Cultuur en voorbereiding

De volgende dag zijn we in de ochtend druk met het voorbereiden van andere gesprekken. Die avond zal Sanou, de financiële man van stichting M.O.E.T. in Burkina Faso, langskomen bij Villa Rose en zullen we met hem het een ander bespreken. We besluiten echter ook dat we meer willen zien dan de tuin van Villa Rose en samen met een gids gaan we de oude stad in. We kopen stoffen op de stoffenmarkt, waarvan we als verrassing voor onze medebestuurders pakken gaan laten maken. In de avond komt Sanou en hij toont ons de balansen. Wij vragen hem of hij voortaan een soort opmaak kan gebruiken en dezelfde benaming kan aanhouden voor dezelfde persoon. Hij vraagt op zijn beurt of wij specificaties voortaan ook los kunnen sturen, door het verschil in banken ontvangt hij de bijgaande specificatie vaak niet. Wij willen voortaan dat dit soort problemen ook vanuit hun kant direct met ons gedeeld worden en dit spreken wij af. De nabespreking verloopt hetzelfde als de avond ervoor, het begint een ritueel te worden en daarna gaan we direct slapen. Het is laat en de volgende ochtend moeten we vroeg op voor misschien wel het spannendste van hele reis: als eersten van M.O.E.T. zullen wij de Landbouwschool in werking zien. We kunnen niet wachten!

 

Le moment supreme

De batterij van de GoPro is vol, de batterij van de camera is vol en onze maagjes ook; we kunnen vertrekken naar Toussiana, het dorp waarbij de Landbouwschool in de buurt ligt. Het is een uur rijden vanaf Bobo Dioulasso en onderweg vertelt Moctar tussen de drieënveertig telefoontjes door sterke verhalen over het land en haar mensen. Zo blijken geiten de slimste dieren op de weg, omdat zij wel wegrennen voor auto’s. De weg naar de school toe is al bijzonder op zich en met als hoogtepunt natuurlijk de groter wordende school in de verte.

De weg naar de Landbouwschool

 

We komen aan en het zonlicht is haast magisch. Eerst gaan we langs bij het dorpshoofd, van wie wij in 2013 de grond gekocht hebben voor een fles drank en wat stokbrood. We zeggen gedag, geven hem een geschenk en we moeten absoluut plaatsnemen op de plastic tuinstoelen. Terwijl ik uitgelachen wordt door de vrouwen van het dorp omdat ik foto’s neem van het vee, lopen we laatste 100 meter naar de school. Wij lopen de poort binnen en zijn nu al onwijs onder de indruk. Het is werkelijk waar een prachtig gebouw in the middle of nowhere. We ontmoeten Sere, de directeur, een jonge, charismatische man met grootse plannen voor de toekomst van de school. Samen met enkele andere docenten leidt hij ons rond en vertelt ons alles over de grond en het gebouw, geen stukje grond is onbesproken. De leerlingen zijn met veel, namelijk nu al met vijfendertig. Stuk voor stuk stellen zij zich aan ons voor en gaan daarna aan de slag met het bouwen van de watertoren.

De bouw van de watertoren door de leerlingen zelf

 

Het is een mooi moment om mee te maken en goed om te zien hoe de docenten de leerlingen begeleiden in dit proces. De Landbouwschool is in november tijdens de M.O.E.T.-week geopend voor het proefjaar. In dit jaar zullen de leerlingen onder leiding van Sere en de docenten de school helemaal klaar maken voor alle lessen, die bij de officiële opening in oktober 2017 van start zullen gaan. Uiteraard krijgen de leerlingen nu ook al les, maar voornamelijk theoretisch van aard. De bedoeling is dat vanaf oktober ook de praktijklessen in volle gang gegeven zullen worden. Er moet echter nog veel gebeuren. Dit is in onze ogen een prachtig systeem, omdat er tijdens het proefjaar al onwijs veel geleerd wordt. Aangezien de school niet in de buurt is van een stad of een groter dorp slapen de leerlingen op school. Waar zij uiteindelijk allemaal komen te slapen is ook een van de zaken waar wij een oplossing voor moeten zoeken samen met Sere.

De leerlingen van de Landbouwschool

 

We verlaten de school, maar niet voordat Moctar de leerlingen toespreekt en hen motiveert om goed te zijn voor de aarde, want wie goed is voor de grond, krijgt goede dingen terug. Die Burkinese cultuur doet wat met je, het verbaast ons, maar we vinden het wel wat. Daarom besluiten om die dag nog meer cultuur te gaan proeven en spreken met Moctar af om die avond de Macoumba te bezoeken. Met als gevolg dat we de volgende dag geen gesprekken inplannen en dat bleek maar beter ook.

 

Een uitstapje om de hoek

We ontmoeten Lucas Vreuls, een Hebeaan uit het jaar 2006. Hij werkt voor twee jaar in Bobo Dioulasso en woont vlakbij Moctar en Franca. Hij is regelmatig te vinden in Villa Rose en vertelt ons dat we altijd welkom zijn om bij hem te komen zwemmen. Wij besluiten dat die middag te doen en het is heerlijk. Aan het zwembad bespreken nu ook andere onderwerpen dan M.O.E.T. en het is even een kleine pauze in de wervelwind die deze reis tot nu toe is. We moeten echter wel op tijd terug zijn voor ons gesprek met Sere dat wij die avond hebben.

 

Het gesprek met Sere

De school is prachtig tot nu toe en dat maken we graag duidelijk, maar er is een groot probleem: in Burkina houden ze van groots aanpakken en kennen ze klein beginnen niet. Ze hebben grootste plannen voor de school en dat is natuurlijk alleen maar goed, maar het is belangrijk dat wij af en toe aangeven waar de grens hiervan ligt. Zaken die besproken worden deze avond zijn onder andere het probleem van de salarissen. Doordat ze direct en zonder overleg te veel docenten hebben aangenomen zijn de loonkosten te hoog. Dit moet, hoe moeilijk wij het ook vinden om dit te zeggen, per direct omlaag. Samen met Sanou zullen wij de salarisstrategie de volgende dag gaan indelen. We proberen hiermee ook duidelijk te maken dat het een proefjaar is en dat klein beginnen om een goede basis te bouwen nu essentieel is.

 

Het lesgebouw van de Landbouwschool met vijf lokalen

 

Zoals aangegeven zijn ze in Burkina van het groots starten, terwijl daar vanuit de stichting heel anders over wordt gedacht en hier simpelweg het geld ook niet voor is. Een voorbeeld hiervan is het kippenhok of beter gezegd de kippenloods. Zij hebben de wens voor een kippenhok van €5000, maar de stichting is helaas niet rijk genoeg om dit zomaar te kunnen betalen en te blijven onderhouden. Zij moeten met een goede reden komen en een duidelijk plan voordat wij groen licht voor zo’n grote investering geven. Daarnaast leert de ervaring ons inmiddels dat het vaak goedkoper kan dan in eerste instantie aan ons verteld wordt. Het wordt een lang en uitvoerig gesprek waaruit geconcludeerd wordt dat we beiden op zoek moeten gaan naar de beste oplossing en misschien is dat wel de kippenloods van €5000 euro. Het wordt duidelijk dat te weinig kippen uiteindelijk ook te weinig oplevert en beginnen met te veel kippen is in een klap simpelweg te duur. Inmiddels is besloten dat de grote loods er komt, maar dat we zullen beginnen met 150 kippen. Als dit goed gaat komend jaar, kunnen er volgend jaar weer extra kippen gekocht worden. Ook zal de loods in het begin verdeeld moeten worden in twee ruimtes. In de ene ruimte komen de kippen en de andere ruimte zal tijdelijk dienen als verblijf voor de varkens. Dit bleek uiteindelijk de beste oplossing.

 

Toekomstvisie

Het doel van de Landbouwschool is anders dan het doel van de Ambachtsschool. We willen er namelijk voor zorgen dat de gewassen die verbouwd worden en het vee dat wordt geteeld ook geld op gaat leveren. Hierbij is winst zeker niet ons doel, maar het zou prachtig zijn als de opbrengsten van de landbouwproducten uiteindelijk kostendekkend kunnen worden. Dit is uiteraard een plan voor meerdere jaren en in het begin zeker niet ons belangrijkste punt. Een andere reden waarom wij willen dat de producten van de school verkocht gaan worden op de markt is dat we de leerlingen kennis willen laten nemen met het verhandelen van hun eigen producten. Het is de bedoeling dat wanneer zij de school verlaten het hele proces van zaaien, oogsten en verkopen begrijpen en toe kunnen passen in hun eigen leven.

 

Een potje voetbal op het zelfgemaakte veld

 

We mogen in onze handjes knijpen met een directeur als Sere. Hij is anders dan de meeste Burkinabe’s, omdat het ondernemende in zijn aard zit. Hij heeft inventieve plannen om de school zo goed mogelijk neer te zetten, maar draaft hier zo nu en dan bijna in door. We willen namelijk wel dat onderwijs geven prioriteit nummer een blijft van de school. Hij denkt oplossingsgericht en komt met het idee om voor lokale boeren case-studies te doen. Boeren die met een probleem zitten wat betreft hun vee of de grond kunnen hiermee naar de school toe gaan, waar een oplossing specifiek dat probleem gezocht wordt. Het is leerzaam en levert geld op. Dit soort ideeën doen ons goed, het is fijn om te merken dat ze echt betrokken zijn en het beste willen voor de school. We bespreken nog heel wat andere zaken, maar na afloop zijn we erg tevreden. Dit gaat wel goed komen dit jaar, daar hoeven we ons geen zorgen over te maken met een directeur als Sere.

 

Een paar dagen verstrijken en Rosa en ik moeten inmiddels al bijna vertrekken, het is bizar hoe snel deze reis gaat als je zo veel indrukken krijgt. We hebben enorm veel gezien, maar Franca laat ons niet vertrekken voordat we de natuur van Burkina Faso ook ervaren hebben. Voor onze een na laatste nacht vertrekken wij naar een mooi natuurgebied vlakbij de Landbouwschool, hier zullen wij overnachten en de volgende ochtend vroeg opstaan om met een gids af te dalen in de vruchtbare vallei. Het is prachtige natuur, we wanen ons even in het oerwoud. Na de wandelingen gaan we ontbijten met het mooiste uitzicht wat we ooit gezien hebben. We hebben een afspraak met Sere, die op zijn brommer aan komt gereden. Samen bezoeken we een andere landbouwschool, die een stuk groter is dan onze eigen school. De leerlingen van onze school krijgen hier af en toe les, bijvoorbeeld bij het kippenhok, omdat die van ons nog in aanbouw is. Het is goed om te zien hoe andere landbouwscholen er uitzien en welke dieren zij houden. Hierna bezoeken we de beroemde Domes, een merkwaardige rotsformatie, die als een soort trap beklommen kan worden. Die avond gaan we uiteten met Moctar en Franca om hun te bedanken voor al hun gastvrijheid en goede zorgen. Het was een perfecte laatste dag.

 

Ouagadougou – Amsterdam & Ouagadougou – Porto Novo

De volgende ochtend beginnen Rosa en ik aan ons 36 uur lang durende terugreis, een waar hoogtepunt. We laten Daniël achter, die nog twee volle weken in Burkina Faso zal verblijven. Enkele dag na ons vertrek, reist hij samen met Sere af naar buurland Benin. Ook zij mogen genieten van een lange reis, maar liefst zevenentwintig uur zitten zij in de bus naar hun eindbestemming. Een bus zonder sanitaire voorzieningen en er zijn uiteraard geen wegrestaurants onderweg. In Benin bezoeken zij een kleinere Landbouwschool die wij als voorbeeld zien voor onze eigen school. Benin is nog een stuk warmer dan Burkina Faso, maar ligt gelukkig wel aan de zee. Het wordt de eerste keer ooit dat Sere op het strand komt en hij vindt het prachtig. Daniël en Sere komen mede hierdoor veel meer op een lijn qua wensen voor de Landbouwschool dan aan het begin van de reis. Er ontstaat een ware vriendschap, maar de twee zijn zakelijk wanneer nodig. Het is het ideale begin van de samenwerking tussen deze twee mannen. Samen volgen ze de Africa Cup, waar Burkina Faso uiteindelijk derde wordt. Het is ideaal dat Daniël nog twee weken langer gebleven is, hierdoor kunnen wij bij terugkomst in Nederland direct gaan vergaderen en ervoor zorgen dat Daniël de laatste zaken nog kan bespreken met Moctar, Nahini en Sere.

 

Sere bij de Landbouwschool in Benin

 

Het was een waanzinnige reis; eerder een avontuur of ervaring te noemen. Het heeft bij ons allen drie voor nieuwe en verbeterde inzichten gezorgd. We merkten dat we er anders door gingen denken. Het was en is een roes met een lange nasleep, waarbij je manier van denken continu uitgedaagd wordt door anderen.